Primeur: eerste OESO-klacht tegen bank om dierenwelzijn in behandeling genomen
Het Nationaal Contactpunt (NCP) voor de OESO-richtlijnen heeft een klacht van World Animal Protection Nederland tegen Rabobank ontvankelijk verklaard. Daarmee is een primeur een feit: nooit eerder werd een OESO-klacht tegen een bank vanwege dierenwelzijn officieel in behandeling genomen.
Klacht over financiering van grootschalig dierenleed
World Animal Protection diende de klacht op 2 oktober 2025 in. De organisatie stelt dat Rabobank al jarenlang miljarden investeert in grote internationale vlees- en zuivelbedrijven die structureel betrokken zijn bij ernstig dierenleed. Het gaat onder meer om omstreden vleesgiganten als JBS en Tyson Foods, die herhaaldelijk in verband zijn gebracht met routinematige verminkingen, wrede slachtpraktijken en het houden van dieren in overvolle stallen.
Volgens het NCP kan deze zaak bijdragen aan meer duidelijkheid over de verantwoordelijkheid van financiële instellingen voor dierenwelzijn. Dat onderwerp is sinds 2023 expliciet opgenomen in de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen.
Miljardeninvesteringen in strijd met OESO-richtlijnen
Uit onderzoek van onderzoeksbureau Profundo blijkt dat Rabobank tussen 2016 en 2024 voor circa 23,5 miljard euro investeerde in 52 van de grootste vlees- en zuivelbedrijven ter wereld. Daaronder bevinden zich bedrijven die herhaaldelijk negatief in het nieuws kwamen vanwege ernstige dierenwelzijnsschendingen, zoals het mishandelen van dieren.
World Animal Protection stelt dat Rabobank hiermee in strijd handelt met meerdere onderdelen van de OESO-richtlijnen, waaronder de hoofdstukken over algemeen beleid en milieu. Deze richtlijnen schrijven voor dat bedrijven en ook financiële instellingen negatieve gevolgen van hun activiteiten moeten voorkomen of aanpakken.
Directeur Dirk-Jan Verdonk van World Animal Protection Nederland noemt de zaak een belangrijk keerpunt:
‘Rabobank is de grootste Nederlandse financier van de wereldwijde vee-industrie en sluit de ogen voor het enorme dierenleed dat zij daarmee mogelijk maakt. Dat staat haaks op de OESO-richtlijnen die de bank zegt te respecteren. Hopelijk zet deze klacht Rabobank ertoe aan eindelijk haar verantwoordelijkheid te nemen.’
Volgens Verdonk schiet Rabobank ook tekort als het gaat om verantwoorde beleidsbeïnvloeding, een ander kernonderdeel van de OESO-richtlijnen.
Reactie Rabobank
Rabobank laat weten dierenwelzijn als een relevant thema te erkennen, maar benadrukt dat haar invloed als bank begrensd is door de relatie met individuele klanten en sectoren. De bank zegt open te staan voor een hervatte dialoog met World Animal Protection onder begeleiding van het NCP. Deelname aan deze procedure betekent volgens Rabobank niet dat zij erkent de OESO‑richtlijnen te hebben geschonden.
Vervolg: bemiddeling of openbaar oordeel
Na een eerste beoordeling concludeerde het NCP dat de klacht voldoende is onderbouwd en verdere behandeling verdient. Nu de klacht ontvankelijk is verklaard, biedt het NCP bemiddeling aan beide partijen aan. Deze gesprekken vinden vertrouwelijk plaats. Als bemiddeling niet tot afspraken leidt, kan het NCP besluiten de kwestie verder te onderzoeken. Dat kan uiteindelijk resulteren in aanbevelingen aan Rabobank in een openbaar eindrapport.
Met deze zaak komt voor het eerst scherp in beeld welke rol banken spelen bij het mogelijk maken van dierenleed in internationale productieketens en welke verantwoordelijkheid zij daarin dragen.